Lode Vereeck Financiën Belastingen Huwelijksquotiënt
De zomer is aangebroken. Voor heel veel mensen het sein om gedurende enkele weken de teugels te vieren, en te ontsnappen aan de dagelijkse verplichtingen. En om in een stralende zon even te genieten van een welverdiende rust, met partner, gezin, vrienden of familie. Maar hoe deugddoend rustig deze periode ook moge zijn, soms zijn er bezorgdheden die je ook dan niet loslaten. Dossiers die je dermate nauw aan het hart liggen dat je ze misschien zelfs (stiekem) meesmokkelde in je reiskoffer… Wij gingen bij onze parlementsleden op zoek naar hun ‘zomerdossier’. Vandaag Kamerlid Lode Vereeck.
Voor mij is zo’n ‘zomerdossier’ dat van het het huwelijksquotiënt. Politici uit de meerderheidspartijen verkopen veel lippendienst - vaak met tranen in de ogen - aan hun mama’s en echtgenoten die voor de kinderen zorgden. Maar als het er echt op aankomt, tonen zij nul respect voor de mannen en vrouwen die voltijds onbetaalde zorgtaken op zich nemen.
In de jaren zestig werd het inkomen van de vrouw fiscaal bovenop dat van haar man geteld. Daardoor belandden vrouwen in de hoogste belastingschalen en hielden zij netto weinig over. Dat was ontmoedigend en onrechtvaardig. De fiscaliteit stuurde gezinnen naar een model met een mannelijke kostwinner en een vrouw-aan-de-haard. De invoering van een 'tax split', waardoor echtgenoten voortaan apart werden belast, maakte daar een eind aan. Dat was een goede zaak: meer vrouwen gingen uit werken omdat het ook loonde.
Hoe is de situatie vandaag?
Helemaal omgekeerd. Gezinnen met hetzelfde inkomen worden niet gelijk behandeld. Een gezin met twee inkomens (bijvoorbeeld 2 keer 3.000 euro) houdt netto meer over dan een gezin met hetzelfde gezinsinkomen uit één inkomen (bijvoorbeeld 1 keer 6.000 euro). Nochtans moeten er evenveel mensen van leven. Vandaag stuurt de fiscaliteit gezinnen dus naar een model met tweeverdieners, het all-round model waarbij beide partners werken, kinderen naar de crèche gaan en de huishoudelijk arbeid 's avonds of het weekend wordt verdeeld. Prima, als dat is wat koppels willen.
Maar er zijn ook gezinnen die bewust kiezen voor een gezinsmodel met een éénverdiener en een partner die onbetaalde zorgtaken vervult. De reden van die keuze doet er niet toe. Het is een keuze die koppels maken en de overheid heeft zich daar niet mee te moeien.
Het huwelijksquotiënt is een fiscale techniek om de ongelijkheid een beetje te corrigeren. Een deel van het inkomen van de kostwinner wordt fiscaal toegerekend aan de partner zonder inkomen en daardoor lager belast. Maar zelfs met het huwelijksquotiënt blijven eenverdienersgezinnen zwaarder belast. Toch heeft de regering-De Wever beslist om het huwelijksquotiënt af te bouwen en geleidelijk af te schaffen. Daardoor treft zij de huismannen en huisvrouwen, die de overheid ook flink geld besparen door minder beroep te doen op gesubsidieerde diensten zoals kinderopvang, ouderenzorg of dienstencheques.
De regering De Wever spreekt graag haar waardering uit voor ouders, mantelzorgers en huisvrouwen of huismannen. Maar woorden zijn goedkoop. Wie het huwelijksquotiënt afschaft, zegt in feite dat onbetaalde zorg fiscaal minder waard is dan betaalde arbeid. Dat is geen blijk van respect, maar een politieke keuze tegen gezinnen die hun zorg zelf opnemen. Het Vlaams Belang verzet zich daarom tegen de afschaffing van het huwelijksquotiënt. De overheid moet gezinnen niet sturen, maar respecteren. De fiscaliteit moet neutraal zijn, zodat elke gezinsvorm een vrije keuze blijft en niemand fiscaal wordt gestraft voor de manier waarop hij of zij gezin, werk en zorg organiseert.